De btw tarieven zijn gebaseerd op de Europese btw-richtlijnen. Europese landen moeten zich aan deze afspraken houden. Zo is afgesproken dat dit niet lager mag zijn dan 15%.

In Nederland hebben we 3 tarieven. Het algemene tarief is het percentage van 21. Elk jaar worden de btw tarieven opnieuw vastgesteld voor het komende jaar.





21 procent

Het algemene tarief is 21 procent. Deze is op de meeste goederen en diensten van toepassing. Als producten hier niet onder vallen, horen ze bij de 6% of het nultarief.

6%

Het verlaagde tarief is 6 procent. Deze geldt voor de volgende goederen: voedingsmiddelen, water, agrarische goederen, geneesmiddelen, hulpmiddelen, kunst, verzamelvoorwerpen, antiek, boeken, gas en minerale olie voor de tuinbouw. Dit tarief geldt ook voor de volgende diensten: fietsen repareren, schoeisel repareren, lederwaren repareren, kleding repareren, huishoudlinnen repareren, diensten van kappers, werkzaamheden aan woningen, cultuur, cultuur, recreatie, personenvervoer, sport, diensten aan agrariërs.

Het nultarief

Het nultarief geldt voor international handel. Het moet wel gaan om de uitvoer van goederen naar een land buiten de Europese Unie. Soms geldt dit ook voor goederen en diensten die binnen de Europese Unie aan elkaar geleverd worden.
Behalve over cryptocurrency transacties zoals Bitcoin. Via de Bitcoin calculator bereken je de waarde van BTC Bitcoins en andere crypocurrency.

Vrijstelling

Een aantal goederen en diensten zijn vrijgesteld van de omzetbelasting. Bij deze goederen of diensten mag de ondernemer geen btw in rekening brengen. Ook mogen bedrijven de voorbelasting niet aftrekken. De volgende goederen en diensten zijn vrijgesteld: kansspelen, kantines, jeugd- en jongerenwerk, gezondheidszorg, fondsenwervende activiteiten, financiële diensten en verzekeringen, componisten, schrijvers, cartoonisten, journalisten, collectieve belangenbehartiging, beleggingsgoud, begrafenisondernemers, kinderopvang, levering roerende bedrijfsmiddelen, lezingen, excursies, rondleidingen, onderwijs, onroerende zaken, postdiensten, radio, televisie, sociaal-culturele instellingen, sociale samenwerkingsverbanden, sportorganisaties en sportclubs.